e-mail van de ouders (december 2009)
Beste professor Van Acker,
Wij zitten met een vraag over ons zoontje Eugène. Hij is zojuist zeven jaar geworden.
Daar er moeilijkheden zijn binnen de school en op verzoek van de school zijn wij met onze zoon bij een psychotherapeute langs geweest. Zij heeft enkele testen gedaan en een verslag gemaakt. Nu is onze vraag : is het mogelijk voor u even dit verslag te lezen en een mening te geven? Het is voor ons niet de bedoeling het kind vol met medicatie te stoppen als het niet nodig is. Als bijlage sturen wij u het verslag van de psychologe.
Alvast bedankt!
Jan en Gretha
Bijlage: Psychodiagnostisch onderzoek betreffende Eugène, geboren op 12/11/2002
Observatiegegevens
Eugène stelt zich vlot voor. Hij is aangenaam en spontaan in het contact. We merken op dat hij het goed kan uitleggen. Eugène vertelt zeer veel. Hij is een echte spraakwaterval en vertelt alles wat in hem opkomt. Hij kan ook wel eens iets van zijn belevingswereld bespreekbaar stellen. Hij heeft moeite om te zwijgen. Het is ook een nieuwsgierige jongen die alles durft te vragen. Hij maakt voldoende oogcontact.
Aan het testonderzoek werkt hij goed en enthousiast mee. Hij heeft een vlot werktempo. Eugène durft om uitleg te vragen indien nodig. Hij voelt zelf goed aan met welke oefeningen hij moeite heeft en hij durft dit ook aan te geven. Hij houdt zich flink wanneer hij fouten maakt en, mits aanmoediging, blijft hij proberen. Hij probeert zijn plan te trekken en hij gaat op zoek naar andere oplossingen. Eugène kan ook trots zijn op zichzelf als opgaven goed gaan. Hij lijkt zich dan ook wat op te hemelen zo van: “ik weet dat ik het kan, zelfs heel goed”. Verder weerhouden we dat hij vaak recht staat terwijl hij de opdrachten uitvoert, regelmatig pruilt en veel praat tijdens het uitvoeren van de opgaven. Wanneer een oefening te lang duurt, droomt hij weg.
Cognitief functioneren (WISC-III)
Totaal IQ = 116; Verbaal IQ = 130 en Performaal IQ is 95. Verbaal begrip = 137; Perceptuele Organisatie = 96 en Verwerkingssnelheid = 94.
Eugène is een goed-gemiddeld begaafde jongen. Er is een significant verschil tussen het Verbaal en het Performaal IQ. Bij de factorscores zien we significante verschillen tussen de factor verbaal begrip (= vermogen om te werken op een verbaal abstractieniveau, verbale vlotheid, verbaal geheugen), met zowel de factor perceptuele organisatie (= vermogen om visuele stimuli te integreren in relevante motorische reacties, werken in concrete situaties, vermogen om visueel-spatiale informatie op te nemen en te verwerken), als de factor verwerkingssnelheid (vermogen om niet-verbale taken vloeiend en automatisch uit te voeren).
De scores van de verbale tests liggen dicht bij elkaar en zijn allemaal boven het gemiddelde, zelfs in het hoogbegaafd gebied, met uitzondering van het onderdeel rekenen (gemiddelde score). Binnen het performaal gedeelte zien we allemaal gemiddelde prestaties.
Functie-testen (Bourdon, 15W, CF)
Uit het functie-onderzoek weerhouden we een zeer zwakke score voor de volgehouden aandacht, Op de Bourdon werkt hij nauwkeurig, maar zeer traag en hij vertoont grote aandachtsschommelingen, De aandachtsfactor voor het visueel en auditief materiaal daarentegen is wel gemiddeld.
Voor het onmiddellijk auditief geheugen presteert hij gemiddeld en voor het lange termijn goed. Zijn auditieve leerbaarheid is goed-gemiddeld ontwikkeld. Wat betreft het visueel geheugen (zowel onmiddellijk als lange termijn) weerhouden we goed-gemiddelde scores. Zijn structuratievermogen is eveneens gemiddeld ontwikkeld.
Besluit
Eugène is een zevenjarige, goed-gemiddeld begaafde jongen. Zijn intelligentieprofiel is disharmonisch, waarbij zijn verbale mogelijkheden veel beter ontwikkeld zijn (hoogbegaafd!) dan zijn visueel-ruimtelijke en zijn verwerkingsvaardigheden (gemiddeld). Al de door ons gemeten functies (auditief en visueel geheugen, structuratievermogen en auditieve leerbaarheid) zijn gemiddeld tot goed ontwikkeld, met uitzondering van de volgehouden aandacht (zwak!).
Dankzij zijn sterke verbale mogelijkheden kan het voorkomen dat hij overschat wordt op vlak van planmatig werken. Het is toch belangrijk om hier voldoende rekening mee te houden op school en daarnaast zijn sterke mogelijkheden ook voldoende te stimuleren.
Voor de aandachtsmoeilijkheden kan er overwogen worden contact op te nemen met een kinderpsychiater om eventueel een proefperiode met een medicamenteuze ondersteuning uit te proberen. Verder lijkt het ons noodzakelijk dat daarnaast een therapeutische begeleiding blijft doorlopen omwille van zijn emotionele moeilijkheden.
Indien deze informatie niet voldoende is, mag u mij altijd contacteren voor verdere uitleg.
Getekend door de psychologe,
Mijn reactie voor de ouders, één dag later.
Beste Jan en Gretha,
Jullie mail en het bijgaand verslag heb ik aandachtig gelezen. Je zult begrijpen dat ik, zonder het kind gezien te hebben, geen echt advies kan geven. Ik geef hieronder enkele gedachten die bij mij opkwamen bij het lezen van het onderzoeksverslag. Jullie zien het kind elke dag, zodat jullie best kunnen weten wat jullie verder kunnen met de volgende opmerkingen. Ik doe het puntsgewijs:
1. Eugène is een intelligent kereltje, dat blijkbaar makkelijk contact maakt en heel spontaan is. Hij is pas zeven jaar oud: een leeftijd waar gedrag snel kan veranderen, mits de volwassenen geduld hebben en rekening houden met de bewegingsdrang van het kind. Ik hoop dat ze op school daartoe in staat zijn (en dat de klas niet te groot is). Het komt vaak voor dat kinderen van die leeftijd het volgend schooljaar, bij een andere leerkracht, makkelijker te hanteren zijn. Dus voor deze jonge kinderen mogen we pas aan specialistische hulp denken als de problemen langer dan zes maanden aanhouden, ook in een veranderde situatie.
2. Intelligentie is een belangrijke protectieve factor. Dit wil zeggen dat Eugène zijn problemen met aandacht makkelijk kan compenseren. Indien hij een goed rapport heeft, is dit hiervan een bewijs.
3. Het voorstel om hem te verwijzen naar een kinderpsychiater en de suggestie voor een medicamenteuze ondersteuning (wat een eufemisme voor volproppen met farmaceutisch spul!) lijkt mij erg voorbarig. Ouders worden hier nerveus en onzeker van. Komt de psychologe tot dit besluit na een onderzoek van een uurtje of heeft ze het kind grondig geobserveerd in diverse situaties?
4. De psychologe heeft het op het eind ook over emotionele moeilijkheden. Ik vind daar verder niets over in het rapport (het tegendeel blijkt) en prijst therapeutische begeleiding aan (kostprijs?). Een vreemde gang van zaken. Bij de diagnose emotionele moeilijkheden zou een interview met de verzorgers aangewezen zijn, alsook een gezinsmaatschappelijke rapportage om een en ander te concretiseren.
Kortom, ik krijg de indruk dat een erg jong kind onnodig gepsychopathologiseerd wordt en dat wat echt nodig is: ondersteuning van de ouders en leerkrachten middels geruststellende adviezen, ontbreekt. Hulpverleners maken er vaak zelf een probleem van.
Vriendelijke groet,
Aanvullende commentaar
Deze ouders hebben de schrik van hun leven bij het lezen van het diagnostisch verslag van de psychologe. Deze laatste baseert zich op enkele testjes. Het kind heeft zij hooguit een uur gezien. De emotionele problemen komen volkomen uit de lucht waaien; het is al te duidelijk dat de psychologe, die ook een therapiepraktijk heeft, hieraan wil verdienen.
Het is onbegrijpelijk dat bij dit intelligente en spontane kind onmiddellijk al het advies wordt gegeven een kinderpsychiater te consulteren voor één gediagnosticeerd probleem (de aandachtsstoornis). Ook vraag ik mij af hoe dit kind, met een dergelijk aandachtsprobleem, zo goed presteert op de intelligentietest.
