ONLINE ADVIES VOOR OUDERS + AANPAK JEUGDCRIMINALITEIT

NIEUW (17 mei 2012):  CRIMINELEN WAAR NIEMAND RAAD MEE WEET

juliaan van acker

Antwerpen: praktijk voor opvoedingsadviezen

hoofd Pilot Project voor jonge criminelen (2011-2013)

00 32 (0) 496 105399

contact / curriculum vitae  / publications


ADVIEZEN VOOR OUDERS


ADVIEZEN VOOR SCHOLEN



DE LIMBURGER 5 december 2011: "RUIM TWEEDERDE VAN ACKER -JONGEREN BETERT LEVEN"

JONGE CRIMINELEN: STRAFFEN OF BEHANDELEN?  

Waarom rilatine ( ritalin) bij ADHD verboden moet worden

Allochtone jeugdbendes en recidiverende jonge criminelen (version française)

de gevangenis van de toekomst 

Hoe rellen in steden aanpakken?  

Voorbeeld orthopedagogisch advies: meisje van vier en oma maakt zich ongerust na de echtscheiding van de ouders

➙ JEUGDCRIMINALITEIT: NIEUWSTE INZICHTEN 

➙ CRIMINALITEIT EN ETNISCHE AFKOMST UPDATE 2012!

➙ HELP, MIJN KIND IS ZO LASTIG! 

     E-advies bij gezinsproblemen  (LINK)

➙ DIE LEERLING VERSTOORT VOORTDUREND MIJN LES!

➙ HOE WORD IK EEN SUCCESVOL  HULPVERLENER?

➙ WAT ELKE LEERKRACHT MOET WETEN 

Zingeving of bezetenheid?

In 1948 werd de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens plechtig ondertekend in de Verenigde Naties. Toen de islamitische landen en de landen van zwart Afrika in de zestiger jaren onafhankelijk werden, hebben ze die verklaring ook ondertekend, omdat dit een eis was om te kunnen toetreden tot de Verenigde Naties.

Die Verklaring heeft weinig effect gehad. In islamitische en Afrikaanse landen bleef het verdrag een dode letter. Nieuwe gruwelen en schendingen van de mensenrechten werden er niet door verhinderd. We moeten dus de vraag stellen wat er meer nodig is dan een verklaring om een einde te kunnen maken aan de meest gruwelijke en grootschalige overtredingen van fundamentele mensenrechten. Het antwoord ligt in de zin of de betekenis die de mensen in hun leven zien. Worden zij geïnspireerd door het goede of zijn ze bezeten door machts- en bezitsdrang? Gaat het om zin in hun leven of om bezetenheid?

In hoeverre schenden wij in het Westen de fundamentele mensenrechten? Werpen de vrede en de welvaart die we nu al decennia lang kennen geen rookgordijn over ons geweten? Hoe is bijvoorbeeld onze welvaart te verdragen tegenover de ellende en miserie van honderden miljoenen mensen elders in de wereld? Getuigt de manier waarop we nu met het milieu omgaan van respect voor de fundamentele rechten van toekomstige generaties? Of zullen zij grote tekorten kennen en moeten leven in een verstikkende atmosfeer?

De conatus essendi of de zijnspoging is te overheersend, dit wil zeggen dat de mens zijn leven eenzijdig definieert als zoveel mogelijk veroveren, zich toeëigenen, consumeren. We willen ‘zijn’ en dat betekent een oorlog van allen tegen allen. We sluiten wel compromissen, maar alleen met diegenen die even machtig zijn en evenveel of meer bezitten. Als putje bij paaltje komt, kiezen we vanuit onze zijnspoging, altijd voor het eigenbelang.

Diametraal hiertegenover staat het gedrag van de redder die zijn leven geeft voor de ingesloten mijnwerker of van de soldaat die sterft voor het vaderland. Van dit gedrag kunnen we leren. Hier zien we dat wat tegengesteld is aan de conatus essendi het meest zinvolle is. Wie twijfelt aan de waarde van de daad van de omgekomen redder of de gesneuvelde soldaat, leeft in de trieste wereld van eenzame ikken die een zinloos leven leiden, want met de dood is alle macht en alle bezit definitief voorbij.

Zijn leven geven voor een Ander ontroert ons als de meest zinvolle daad die een mens kan stellen. Dit geldt ook in de kleine dingen van elke dag, in de opoffering van ouders voor hun kinderen, in de zorg voor een Ander. Vanuit het Zijn is dit niet te verklaren. We offeren ons op voor een Ander, we zetten ons eigenbelang opzij, omdat we dit aanvoelen als onze plicht. Die plicht is geen wet die werd gestemd en rationeel is ze ook niet te verklaren. Er is in de natuur, waar de wet van de sterkste heerst en een oorlog van allen tegen allen woedt, geen objectieve grond om ons voor de Ander op te offeren. En toch doen we het, elke dag in de kleine dingen en de helden in grote daden, en we vinden dit het meest zinvolle. De enige conclusie die we hieruit kunnen trekken is dat dit gebod van elders komt: niet van deze wereld, niet vanuit het Zijn, maar van over-het-zijn-heen, van over-de-wereld-heen.

Voorafgaand aan onze leven op deze wereld is er de ethiek. De ethiek gaat vooraf aan de rechten. De ethiek is ons ‘gegeven’ of ‘geopenbaard’. Ethisch handelen is een kwestie van inspiratie vanuit wat ligt over-het-zijn-heen. Hier ligt het antwoord op de vraag waarom de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens weinig of geen effect heeft gehad: wie komt op voor die rechten? Wie zorgt ervoor dat de mensen kunnen genieten van hun rechten? Dit kan alleen door een concrete ik die de plicht op zich neemt om zorg te dragen voor de Anderen. Hoe zou het recht op gezondheidszorg of op onderwijs gerealiseerd kunnen worden zonder artsen en leerkrachten? Zonder die ethische roeping van het individu blijven de meeste fundamentele rechten een dode letter. We zouden kunnen stellen:

RECHTEN VOOR DE ANDER, PLICHTEN VOOR MIJ

Het ligt voor de hand dat de religies hier een bijzondere rol in gespeeld hebben. Het gaat hier niet zozeer om het geloof, maar over de geboden die worden verkondigd. De menselijke beschaving is op de berg Sinaï begonnen. Het gebod zijn naaste lief te hebben, kan een einde maken aan de oorlog van allen tegen allen.

Nu leven we in een tijd waarin het er op lijkt dat de religies de strijd vanuit onze conatus essendi hebben verloren. ‘We zijn door de duivel bezeten’ krijgt in hedendaagse termen de betekenis dat we bezeten zijn door onze machts- en bezitsdrang of door de drang om in het leven te pakken wat we kunnen. Vandaar dat over God niet meer wordt gesproken of zelfs niet mag worden gesproken op gevaar belachelijk gemaakt te worden of totaal genegeerd. In het beste geval wordt God tussen haakjes geplaatst, alsof we Hem zomaar kunnen negeren of uit ons leven bannen. We hoeven hier echter niet over God te spreken. Het gaat erom of we de vraag durven te beantwoorden van waar de roeping komt om zich voor de Ander op te offeren, om het goede te laten prevaleren op ons eigenbelang.

Het gevaar van deze bezetenheid waarin de ethische inspiratie uit wat van elders dan de wereld komt genegeerd of vergeten wordt, is dat er geen instantie meer is die de mens plichten oplegt. In dat geval heeft iedereen rechten, maar geen plichten meer. Maar als niemand de zorg voor de Ander op zich neemt, heeft die Ander ook geen rechten meer.

De Apocalyps is geen fabeltje. We zijn de Apocalyps zelf aan het voorbereiden. De pure conatus essendi leidt in deze tijd van massavernietigingswapens en demografische explosie in de armste landen, tot de definitieve oorlog van allen tegen allen. Het enige middel om dit te voorkomen ligt in de bezieling van de mensen om het goede te doen voor de Anderen. We moeten durven de menselijke activiteiten te definiëren vanuit de plicht zorg te dragen voor de Anderen:

opvoeding is dan het kind inspireren om een goed mens te zijn

economie heeft tot doel het goede voor de Ander te verrichten

politiek heeft tot doel de mensen te inspireren voor het goede

Als deze definities worden aangenomen dat zullen ouders, leerkrachten en volwassen in het algemeen het kind voor het goede inspireren door hun onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke inzet; dan zal handel en nijverheid tot doel hebben de honger en de miserie uit de wereld te helpen; dan zal politiek geen strijd zijn tussen tegenstanders, maar een gezamenlijk project voor vrede, gerechtigheid en goed rentmeesterschap.